Met spanning werd uitgekeken naar de eerste encycliek – het eerste belangrijke geschrift – van paus Leo XIV. Het zou gaan over ethische kwesties rond kunstmatige intelligentie, zoveel was er al van tevoren uitgelekt. De tekst zelf bleef echter tot Pinkstermaandagmiddag achter slot en grendel. Ook bij mij nam de nieuwsgierigheid toe en dus vroeg ik vooraf aan een chatbot wat de grondgedachte van de nog onbekende encycliek zou zijn. Het antwoord van de AI: „AI kan menselijke vaardigheden ondersteunen, maar mag de mens nooit reduceren tot data, efficiëntie of voorspelbaarheid.”
Helemaal niet slecht. Zoals altijd is het AI-antwoord in grote lijnen juist, maar te algemeen en te vaag. Het antwoord van de kunstmatige intelligentie verwijst in ieder geval al wel naar het pauselijke antwoord: AI is niet simpelweg slecht, noch over het algemeen goed. De encycliek Magnificahumanitas – vertaald: „de grootse mensheid“ – is echter veel genuanceerder.
In de eerste twee hoofdstukken biedt Leo XIV een uitgebreide inleiding in de geschiedenis van de katholieke sociale encyclieken, die in 1891 begon met zijn naamgenoot Leo XIII, en zet hij nogmaals de principes van de katholieke sociale leer uiteen: menselijke waardigheid en mensenrechten, gerichtheid op het algemeen welzijn, sociale rechtvaardigheid, solidariteit. Maar deze hoofdstukken zijn geen langdradige terugblik. De paus zegt hiermee veeleer: laten we ook niet overdrijven met de „nieuwigheid” van AI. Het geloof stond te allen tijde voor nieuwe sociale uitdagingen, zoals de industrialisatie, de wereldoorlogen, de wereldwijde armoede, de ecologische crisis en nog veel meer. En altijd vond men in de oprechte terugkeer naar de waarden van het evangelie impulsen om creatief, verantwoordelijk en hoopvol met vernieuwingen om te gaan.
Daarom beschrijft paus Leo ook geen technische details van digitalisering en kunstmatige intelligentie en legt hij niet uit hoe een algoritme werkt. Dat is verstandig, want dit zou in vergelijking met de boodschap die hij kan bijdragen slechts een korte halfwaardetijd hebben. De echte kracht van de encycliek ligt daarentegen in de enorm brede horizon en de intelligente koppeling door de paus van het fenomeen kunstmatige intelligentie. AI is namelijk niet alleen nuttig of gevaarlijk. AI heeft te maken met sociale onrechtvaardigheden, heeft een positieve of negatieve invloed op gezondheid, op banen, op opvoeding en onderwijs, op journalistiek en democratie, op gendergelijkheid en seksuele uitbuiting, op ecologie, op spiritualiteit, op mensenrechten, op moderne slavernij, op oorlogsvoering en op wereldvrede. Het blootleggen van deze verbanden en dynamieken en het steeds weer wijzen op kritische punten – zoals herhaaldelijk op de buitensporige macht van enkele tech-ondernemers – maakt deze encycliek zo fundamenteel en vruchtbaar.
Zo is de AI-encycliek in werkelijkheid een vredesencycliek, een solidariteitsencycliek, maar bovenal een mensheidsencycliek: Magnifica humanitas. Juist tegen de achtergrond van de technologisering komt het unieke van het mens-zijn naar voren: „Voor een algoritme is een fout iets dat gecorrigeerd moet worden; voor een mens kan het het begin zijn van een ingrijpende verandering. De toekomst van een mens is niet voorspelbaar. Ze is toevertrouwd aan zijn vrijheid, die wordt verheven door de onuitputtelijke genade van God, en aan de relaties die hij onderhoudt.” (nr. 128).
De encycliek is met haar 245 genummerde paragrafen en de vele aspecten relatief lang en vult in boekvorm waarschijnlijk ruim 100 pagina’s. Voordat ik de tekst moeizaam zelf had gelezen, was de AI al lang op de hoogte van de inhoud, beoordelingen en kritiekpunten van de paus. Dus vroeg ik de AI na mijn analoge lezing hoe “tevreden” ze nu was met wat de paus daar over haar schrijft. AI-antwoord: “Ik heb geen persoonlijke overtuigingen of gevoelens en kan daarom niet tevreden of ontevreden zijn.” Dat is precies het punt – en dat beschrijft Leo XVI treffender dan een chatbot ooit zou kunnen: „Zogenaamde kunstmatige intelligenties doen geen ervaringen op, bezitten geen lichaam, voelen noch vreugde noch pijn, rijpen niet in relaties, weten niet vanuit hun innerlijk wat liefde, werk, vriendschap en verantwoordelijkheid betekenen […]. Ze vatten de diepere zin van situaties niet, ze nemen de last van de gevolgen niet op zich. Ze […] bewegen zich niet in die affectieve, relationele en spirituele horizon waarin de mens tot wijsheid komt.” (nr. 99)
De eerste encycliek van paus Leo is, bij alle sociale problemen van het heden, vooral één ding: een ode aan het mens-zijn.























































De eerste encycliek van paus Leo is er: Magnifica humanitas. De kapucijn en hoogleraar theologie br. Stefan Walser vindt: een belangrijk geschrift over het nog grootsere mens-zijn.