Enkele aanwijzingen om in vrede samen te leven
“Alle Menschen werden Brüder”, dichtte Friedrich Schiller. “Alle mensen worden broeders.” Dat is prachtig gezegd en past goed op de Internationale Dag van de Verbroedering (jaarlijks op 4 februari). Maar hoe doe je dat? Clara en Franciscus hebben wel wat tips hoe je verbroedert en verzustert.
Franciscus schrijft in zijn Brief aan de Gelovigen – je zou kunnen zeggen zijn brief aan alle christenen: “Nooit mogen wij verlangen boven een ander te staan, maar wij moeten veeleer een dienaar zijn en ondergeschikt aan ieder menselijk schepsel omwille van God. En op alle mannen en vrouwen die zo handelen en tot het einde toe volharden, zal de Geest van de Heer rusten; Hij zal bij hen hun intrek nemen en zijn verblijf vestigen. Zij zullen kinderen zijn van de hemelse Vader wiens werken zij doen. […] Broeder van onze Heer Jezus Christus zijn wij, wanneer wij de wil doen van zijn Vader die in de Hemel is.”
Maar wat is het wat God van ons wil? Dat is dat grote gebod, de samenvatting van de tien geboden: “U zult de Heer uw God liefhebben met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw verstand en uw naaste liefhebben als uzelf.”
Ook hoe je moet liefhebben formuleert Franciscus zijn antwoord. In zijn regel staat: “Laat ieder zijn broeder liefhebben en voeden, zoals een moeder haar kind liefheeft en voedt; daartoe zal God hem de genade geven.”
Met Gods hulp moeten we dus voor elkaar zijn als een moeder voor haar kind. Alhoewel Clara er in haar regel zelfs van maakt dat het daar nog bovenuit moet stijgen: “En als een moeder haar lichamelijk kind liefheeft en voedt, met hoeveel meer liefde moet iemand dan niet haar geestelijke zuster liefhebben en voeden?”
Dat klinkt als iets bijna onmogelijks voor ons. Daar hebben we echt de hulp van God bij nodig. En die krijgen we ook, schrijft Clara aan haar penvriendin en zuster Agnes. Clara verbaast zich hier over de grootsheid van de Schepper: “De hemelen met alle andere schepselen kunnen de Schepper immers niet bevatten en alleen de gelovige ziel is zijn verblijf en zetel, en dit alleen door de liefde […], naar het woord van de Waarheid: ‘Wie mij bemint, zal door mijn Vader bemind worden. Ook ik zal Hem beminnen en wij zullen tot Hem komen en bij Hem verblijf gaan houden. Zoals dus de glorievolle maagd der maagden Hem lichamelijk gedragen heeft, zo kun jij Hem ook altijd zonder enige twijfel geestelijk (…) dragen door zijn voetstappen te volgen, vooral zijn nederigheid en armoede.”
We worden alleen echt zusters en broeders voor en van elkaar met de hulp van God, door ons er bewust van te zijn dat God in ons en anderen woont en door ons niet meer te gaan voelen dan een ander.
Ja, het is allemaal minder eenvoudig dan Friedrich Schillers woorden doen vermoeden, maar alleen al erkennen dat het niet eenvoudig is, is de eerste stap. We kunnen het niet zonder God. En dat is helemaal niet erg. God wil er voor ons zijn en wil in ons wonen. Hij doet wat wij niet kunnen; als we Hem daartoe de kans geven.
Want, om het laatste woord aan de psalmist te geven:
Zie, hoe goed, hoe weldadig
broeders te wezen en samen te zijn,
dat is al olie kostelijk op het hoofd,
nedervloeiend over de baard,
de baard van Aäron.
Br. Hans-Peter Bartels
























































