Op 3 oktober 1226 lag Franciscus gebroken en uitgeput, naakt op de koude grond bij Portiuncula, bij het kerkje dat hem zo dierbaar was. Hij had zijn leven lang geprobeerd Christus na te volgen in eenvoud en armoede. Dat had hem veel gekost. Zijn lichaam noemde hij ‘broeder ezel’, en volgens hem stond het vooral in de weg tussen hem en God. Dit jaar, 800 jaar later, herdenken we die transitus, zijn overgang van dit leven naar het Leven.
Het wereldwijde thema van dit jubileum is Franciscus leeft! Zo stellig wil ik het hier niet brengen. Zijn botten stonden dit jaar in Assisi tentoongesteld en ik kan op basis van foto’s bevestigen: Franciscus is dood. Maar zoals Franciscus zijn eerste opdracht, ‘ga en herstel mijn kerk’, letterlijk nam en later anders interpreteerde, moeten we die slogan natuurlijk ook niet letterlijk nemen. In veel opzichten gaat Franciscus ons 800 jaar na zijn transitus nog steeds voor.
Een tijd zoals de onze…
Hoe ver weg is die middeleeuwer eigenlijk? Hij groeide op in een wereld van machtsstrijd en zinloze oorlogen. Hoge heren streden om land en om wraak, en duizenden onschuldige burgers draaiden op voor, of werden slachtoffer van die waanzin. Steden groeiden, de muren werden hoger en wie er om welke reden dan ook niet bij paste bleef buiten: armen, zieken, vreemden. Een opkomende economie maakte geld tot een bron van macht. Rijkdom voor de één betekende armoede voor de ander. Bossen verdwenen zonder enige ecologische reflectie, want er moest gebouwd en gestookt worden. Geld van de kerk ging naar grote bouwprojecten en de gewone mens zocht soms te vergeefs naar geestelijke sturing.
Ik hoef verrassend weinig moeite te doen om parallellen te trekken naar onze tijd. Ook wij bouwen muren en hekken, letterlijk en op zee, om de ander buiten te houden. Onze ‘hoge heren’ starten oorlogen gevoed door persoonlijke motivaties. We plegen roofbouw op onze natuurlijke omgeving en leven in een seculiere samenleving waar waardevolle morele opvattingen uitgehold worden.
…een mens zoals wij
Franciscus liep in zijn jonge jaren mee met de hype: hij vocht, verdiende geld, feestte en bouwde mee aan die muren. In veel was hij een mens zoals wij. Tot hij een melaatse tegenkwam, iemand voor wie hij normaal met een grote boog was omgereden. Hij stapte van zijn paard en omhelsde hem. Vanaf dat moment koos hij voor de armoede en nam hij afstand van alles wat er door ouders en omgeving van hem verwacht werd. Dat was toen niet makkelijker dan nu. Zijn eigen stad lachte hem uit. Franciscus worstelde met zijn roeping, vocht zich door een innerlijke strijd heen naar het licht en leerde met vallen en opstaan wat het zou betekenen om Christus in woord en daad na te volgen.
Leven als antwoord
Franciscus heeft veel van zijn dagen prekend doorgebracht. Maar daarvan is weinig op papier bewaard gebleven. Veel van wat we van hem weten gaat niet over wat hij zei, maar gaat over wat hij deed. Over hoe hij zijn leven leefde. Zijn broederschap was radicaal gelijkwaardig: geen prior, abt of overste, maar minderbroeders die elkaar de voeten wassen. Open voor mannen van alle standen en achtergronden. Zelfs voor vrouwen stond zijn broederschap open. Hij legde een ander niet zijn wil op, maar vroeg aan die ander wat hij nodig had. ‘Wat wil jij dat ik doe?’, vroeg hij aan de lastige melaatse voor wie geen van de liefdevolle zorg die hij mocht ontvangen genoeg leek te zijn. Wat er zou gebeuren als wij dat vaker deden; vragen wat een ander eigenlijk nodig heeft, en niet alleen maar vanuit onze eigen vooronderstellingen handelen, of erger nog, vanuit ons eigenbelang handelen.
Wie niets heeft, kan bovendien makkelijk delen. Er valt niets te beschermen, dus je slaapt met een gerust hart. Zo stond Franciscus ook in de wereld: als broer van de zon, de bijen en de krekel, en als kind van ‘zuster moeder aarde’. Zelfs de dood noemde hij zuster. Waar wij haar wegduwen naar anonieme verpleeghuizen en kille ziekenhuizen, omarmde hij haar.
Franciscus’ voorbeeld schuurt ook meer dan eens. Zuster dood omarmen is gemakkelijk(er) als je voelt dat je geroepen bent door God en je je op de dood kunt voorbereiden. Wanneer je een fijn leven gehad hebt en te midden van je dierbaren heen mag gaan. Maar kunnen we zo liefdevol over sterven praten als de dood zich in een hypersonische raket met tien keer de snelheid van het geluid aandient?
Wat nu?
Franciscus was geen groot denker of visionair. Hij was tegenstrijdig. Contemplatief en impulsief. Helder van geest en soms in extase. Liefdevol en overmatig streng. Arm, en rijk. Toch vinden we in zijn leven antwoorden op vragen van nu: over de macht van geld, over ecologie, over openstaan voor de ander zonder die te verdrukken en over wat het kan betekenen om het Evangelie te leven. Paus Franciscus voelde dat aan toen hij in Laudato Si’ de zorg voor de aarde en voor de armen aan elkaar knoopte en verbond met de vraag wat het betekent om christen te zijn in deze tijd.
Ik heb zo’n vermoeden dat Franciscus nog wel even voor ons uit blijft lopen.
Geschreven door:
Thomas Hontelez
Bron: Franciscaanse beweging

























































