De Dominicusparochie nodigt u uit om op zondag 3 mei 2026 opnieuw samen te komen voor de plechtige processie en Eucharistieviering.
Zondag 3 mei
Wij verzamelen om 10.30 uur bij de Grote Sint Laurenskerk Alkmaar.
Rond 10.45 uur houden wij daar, op de plek waar het Bloedwonder zich voltrok, een woord- en gebedsdienst. In stilte en gebed staan we stil bij het mysterie dat zich hier eeuwen geleden openbaarde en dat nog altijd spreekt tot het hart.
Na deze gebedsdienst trekken wij in processie door de stad, als zichtbaar teken van ons geloof en onze verbondenheid, op weg naar onze eigen kerk aan het Verdronkenoord.
De processie eindigt bij de Sint Laurentiuskerk, waar om 11.15 uur de Heilige Mis zal worden gevierd.
Een weg van geloof en verbondenheid.
De processie is meer dan een verplaatsing door de stad. Zij is een weg van bezinning:
- van herinnering naar hoop,
- van stilte naar gemeenschap,
- van het wonder van toen naar het geloof van nu.
Wij nodigen u van harte uit om mee te lopen, mee te bidden en mee te vieren. Laat deze ochtend een moment zijn van verdieping, gedragen door eeuwenoude traditie en gedeeld in het heden.
Programma
| 10.30 uur | Verzamelen bij de Grote Sint Laurenskerk |
| ±10.45 uur | Woord- en gebedsdienst |
| Daarna | Processie naar de Sint Laurentiuskerk |
| 11.15 uur | Heilige Mis |
Van harte welkom!
Bloedwonder Alkmaar
Jaarlijks op de eerste zondag van mei wordt in de St. Laurentiuskerk aan het Verdronkenoord 68 te Alkmaar het feit herdacht dat er ongeveer 6 eeuwen geleden in Alkmaar een zogenaamd Heilig Bloedwonder gebeurde.
Het verhaal in het kort
Op 1 mei 1429 vierde een jonge priester genaamd Folkert (of Fulcart) zijn eerste H. Mis in de toenmalige Laurenskerk (op de plek van de huidige Grote of Sint-Laurenskerk in het centrum van Alkmaar).
Folkert had een duister verleden: hij had als huurling meegevochten in de Hoekse en Kabeljauwse twisten (waaronder de Slag bij Hoorn in 1426) en daarbij mensen gedood. Bij zijn priesterwijding in Utrecht had hij dit verzwegen – hij had de zonde van moord (tegen het gebod “Gij zult niet doden”) niet opgebiecht. Tijdens de mis drukte zijn slechte geweten zwaar op hem. Zijn handen trilden zo erg dat hij na de consecratie per ongeluk de kelk omstootte. Een paar druppels geheiligde wijn (die volgens de katholieke leer op dat moment het Bloed van Christus is) spatten op zijn kazuifel (het liturgische bovenkleed).
Na de mis probeerden de andere priesters de vlekken te verwijderen. Ze sneden het besmeurde stukje stof uit het kazuifel, probeerden het te verbranden en strooiden de as weg. Maar toen ze het kazuifel repareerden, zagen ze op de plek naast de uitgesneden mouw drie rode druppels bloed verschijnen. De witte wijn was wonderbaarlijk veranderd in echt bloed – een teken van de werkelijke aanwezigheid van Christus.
Folkert schrok enorm, vluchtte en zou later boete hebben gedaan in een klooster (volgens sommige versies werd hij karmeliet in Haarlem).
Hoe het wonder bekend werd
Het stukje stof met de drie bloedvlekken werd stil bewaard in een altaar in de kerk. Pas in de winter van 1430 werd het wonder openbaar. Een schip met zeelieden (vaak Zeeuwen) kwam in nood voor de kust bij Vlissingen tijdens een zware storm. Een engel verscheen aan hen met in zijn hand een stukje stof met drie bloeddruppels en beloofde redding als ze naar Alkmaar zouden gaan om het mirakel te eren. De storm ging liggen, de schippers bereikten Alkmaar veilig en vonden het reliek in de kerk. Zo verspreidde het nieuws zich snel.
Bisschop Zweder van Kuilenburg erkende het als een echt wonder en gaf toestemming voor een jaarlijkse processie op 1 mei. Alkmaar werd een bedevaartsoord: pelgrims kwamen uit de wijde omtrek, er waren aflaten en de stad verdiende er zelfs geld aan.
Het reliek en de Sint-Laurentiuskerk
Het reliek (een klein stukje wolachtig kazuifelstof met drie bloedsporen, bewaard in een kostbare zilveren engelhouder met diamanten) overleefde de Reformatie. Na de Alteratie van Alkmaar (1572/1573) werd de Grote Kerk protestants en verdwenen openbare katholieke vieringen. Het reliek werd verborgen in schuilkerken.
In de 19e eeuw, na de herwonnen godsdienstvrijheid, bouwden katholieken de nieuwe Sint-Laurentiuskerk (1859-1861). Daar kreeg het Heilig Bloed een vaste plek aan een speciaal Heilig Bloedaltaar (rechts van het hoofdaltaar, met muurschilderingen en glas-in-loodramen die het verhaal verbeelden). In 1897 erkende bisschop Bottemanne het reliek officieel opnieuw.
Tegenwoordig wordt het reliek nog steeds bewaard en getoond in de Sint-Laurentiuskerk. Elk jaar rond 1 mei (of de eerste zondag in mei) is er een viering en vaak een (stille) processie of omgang door de stad, soms startend bij de Grote Kerk en eindigend in de Laurentiuskerk.
Bron: Bisdom Haarlem

























































